Titel-illustratie bestaande uit een lijntekening en tekst. De lijntekening stelt een kind voor dat naar een teddybeer kijkt. De tekst luidt steun je intersekse kind, een gids voor ouders. Onderaan de illustratie zijn de logos van de vier betrokken organisaties weergegeven: IGLYO, OII Europe, EPA, en NNID.

Een gids voor ouders van intersekse kinderen. Samengesteld door IGLYO, OII Europe, EPA en NNID.

Inhoudsopgave
Inleiding
Advies voor ouders
Veel gestelde vragen
Medische ingrepen
Met je kind praten over intersekse
Met anderen praten over je intersekse kind
Met professionals over je kind praten
Over deze publicatie

Met je kind praten over intersekse

Het is belangrijk dat je kind zich niet op een negatieve manier anders voelt of zich zorgen maakt over intersekse. Maar er niet over praten kan net zo’n groot probleem zijn.

Hoe en wanneer moet je met je kind praten?

Hoewel het misschien ‘veiliger’ lijkt om er niet over te praten tot je kind ouder is, kan het achterhouden van informatie later een grotere klap betekenen.

  • Probeer antwoorden op vragen af te stemmen op de leeftijd van je kind, zodat het niet overdonderd wordt door een stortvloed aan te ingewikkelde informatie.
  • Je hoeft je kind op heel jonge leeftijd nog geen biologische begrippen te leren; je kunt beter geleidelijk uitleggen dat er verschillen tussen mensen zijn, bijvoorbeeld door te zeggen dat niet alle meisjes hetzelfde zijn.
  • Bereid je kind voor op eventuele uitdagingen en moeilijkheden, maar maak vooral duidelijk dat je dit samen doet.
  • Vertel als het een keer tegenzit dat alle opgroeiende kinderen te maken krijgen met uitdagingen en zorgen.
  • Bedenk dat je kind op een dag helemaal zelfstandig zal zijn. Van jongs af aan alle feiten kennen helpt dan om met vertrouwen zelf beslissingen te nemen.

Houd er ook rekening mee dat eerlijkheid je helpt om een gezonde relatie te hebben, zelfs tijdens en na de meest uitdagende tienerjaren. Een kind dat zich bewust is dat de ouders niet eerlijk waren, kan de relatie met de ouders en andere familie als beschadigd ervaren. Voor veel intersekse jongeren is het een traumatische ervaring als zij merken dat hun naasten hebben gelogen. Dit kan leiden tot vertrouwensproblemen op langere termijn. Kinderen hebben recht om de waarheid over zichzelf te weten; zij verdienen dat ook.

Twee kinderen zitten in kleermakerszit met de ruggen tegen elkaar. Het linkerkind heeft een laptop op schoot en is aan het typen. Het rechterkind leest een boek. Lijntekening gemaakt met een enkele pennenstreek.

Omgaan met schaamte

Hoewel het normaal is dat je zelf in de hand wilt houden aan wie jij en je kind vertellen over intersekse, moet je voorkomen dat je er een geheim van maakt. Een kind dat denkt dat intersekse iets is dat verborgen moet worden gehouden voor anderen, kan makkelijk denken dat intersekse verkeerd is of iets om je voor te schamen.

  • Vertel je kind op een positieve manier alles over het eigen lichaam. Leg uit dat iedereen anders is en dat mensen gezond en gelukkig kunnen zijn zonder dat ze in een bepaald hokje moeten passen.
  • Zeg niet dat intersekse zeldzaam of ongewoon is, want dat kan leiden tot gevoelens van isolement.
  • Denk na over ervaringen of situaties die voor je kind anders kunnen zijn en denk na over hoe je deze op een positieve manier kunt bespreken.
  • Als je kind besluit om open te zijn over intersekse, steun dat dan. Als ze daar geen behoefte aan hebben, laat dan weten dat je ook die beslissing steunt.
  • Doe geen aannames over de identiteit van je kind; vertel je kind niet wat die identiteit (volgens jou) gaat worden. Zoals bij alle kinderen kan hun genderidentiteit en/of seksuele oriëntatie verschillen van wat je verwacht.

Veel mensen zijn zich niet bewust van de diversiteit binnen onze samenleving, laat staan van het bestaan van intersekse mensen. Misschien wil je je kind op die situatie voorbereiden – er zijn er veel hulpmiddelen beschikbaar om daarbij te helpen. 1Jij en je kind kunnen lid worden van een intersekseorganisatie of van een patiëntenorganisatie. De lidmaatschapskosten zijn enkele euro’s per maand, maar daar krijg je veel voor terug. Vooral het contact met anderen wordt vaak erg gewaardeerd. Het belangrijkste is om zelfvertrouwen op te bouwen en ervoor te zorgen dat je kind zich op zijn gemak voelt en hopelijk zelfs trots is op het eigen lichaam. Het is ook belangrijk dat je kind weet dat het liefvolle ouders heeft die van hun kind houden zoals het is en het altijd zullen steunen.

Vader en kind zitten aan een tafel, Beiden hebben een pen in hun hand en het kind schrijft of tekent op een stuk papier. Lijntekening gemaakt met een enkele pennenstreek

Keuzes maken

Het lijkt misschien alsof beslissingen nemen en vroeg in actie komen op de lange termijn beter is voor je kind. Maar de ervaring van veel intersekse mensen laat zien dat het tegenovergestelde waar is. Wachten tot je kind op een leeftijd is waarop het zelf beslissingen kan nemen of betrokken kan zijn bij het proces, biedt meer kans op een positief resultaat. Volgens het VN-kinderrechten verdrag hebben kinderen daar ook recht op (CRC 19892Convention on the Rights of the Child, New York, 20 november 1989, United Nations,  Treaty Series , vol. 1577, p. 3; depositary notifications C.N.147.1993.TREATIES-5 of 15 May 1993 [amendments to article 43 (2)]; , artikel 12). Volgens de Wet Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO 19921Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO), Burgerlijk Wetboek, Boek 7 Afdeling 5, art. 446 - 468. http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&boek=7&titeldeel=7&afdeling=5 , artikel 450) moeten kinderen vanaf hun twaalfde jaar een belangrijke stem hebben in beslissingen over hun lichaam. Vanaf hun zestiende mogen zij geheel zelfstandig beslissen. Kinderen die jonger zijn dan twaalf mogen niet zelf beslissen, maar moeten zij vertrouwen op hun ouders of verzorgers. Dat ouders de beslissing mogen nemen op basis van de informatie die zij van artsen krijgen, betekent natuurlijk niet dat ouders zo maar wat mogen doen. Zij zijn verplicht om het belang van het kind voorop te stellen en het kind zoveel mogelijk, op een wijze die bij de leeftijd past, te informeren en bij besluiten te betrekken. Rond de leeftijd van twee jaar beginnen kinderen hun eigen mening te uiten en dat betekent dat het praten met je kind en samen beslissen al op heel vroege leeftijd begint.

Vertrouw op je kind – het is beter in staat tot verantwoorde besluitvorming dan je misschien denkt.

Zorg ervoor dat artsen jou of je kind niet overdonderen. Dit kan gebeuren als artsen medische terminologie gebruiken, of door het gevoel dat artsen in deze situatie de experts zijn, of als jij en je kind over onvoldoende informatie beschikken. Neem als het mogelijk is iemand mee die jij en je kind vertrouwen, bijvoorbeeld een vriend of een familielid, om je te helpen de mogelijkheden op een rij te zetten en tot beslissingen te komen.2Zorg er voor dat deze persoon van te voren goed is bijgepraat zodat de tijd die voor de afspraak staat niet besteed hoeft te worden aan voorlichting van de vriend of het familielid. Bespreek van te voren ook wat je van deze persoon verwacht: een luisterend oor of actieve deelname aan het gesprek.

  • Bespreek alle mogelijkheden met je kind en beschouw de operatie als laatste optie (tenzij er een directe noodzaak voor de gezondheid is).
  • Deel alle informatie over risico’s en mogelijke uitkomsten op een wijze die is aangepast aan de leeftijd van je kind.
  • Help je kind het eigen medische dossier te begrijpen. In Nederland hebben kinderen vanaf 12 jaar het recht om te bepalen wie hun medisch dossier kan inzien.
  • Beantwoord alle vragen die je kind stelt. Onderzoek het onderwerp en steun je kind als het zelf onderzoek wil doen. Leer jezelf en je kind hoe je goed onderzoek kunt doen – hoe je goede informatie kunt herkennen en hoe je voorkomt dat je verkeerd geïnformeerd wordt.
  • Je kind weet het beste hoe het zich voelt, maar laat merken dat er hulp en steun beschikbaar is als dat nodig is.
  • Betrek je kind in gesprekken met artsen. Moedig het aan om vragen te stellen en om advies en informatie kritisch te bekijken.
    Stel je kind in staat de controle te voeren over medische onderzoeken of ingrepen en maak duidelijk dat de toestemming van je kind in elke fase vereist is.
  • Bestudeer patiëntenrechten en deel die kennis met je kind.
  • Zorg dat bij medisch onderzoek betrokken professionals weten dat je kind intersekse is.
  • Tenzij je kind ouder is en het zelf niet wil, moet je altijd aanwezig zijn bij medische onderzoeken die je kind krijgt.
  • Geef je kind de tijd en ruimte om zich voor te bereiden op en om te gaan met zaken als medische onderzoeken die ontmoedigend kunnen zijn.
  • Vertrouw op je kind – het is beter in staat tot verantwoorde besluitvorming dan je misschien denkt.
Vader zit op zijn hurken en houdt jong kind dat blijkbaar nog niet goed kan lopen met beide handen vast ter hoogte van de taille, Lijntekening gemaakt in een enkele pennenstreek.

Ondersteuning

Bedenk dat je niet alleen bent en dat jij en je kind in verschillende stadia extra ondersteuning van anderen nodig kunnen hebben.

  • Laat je kind weten dat er verschillende ondersteuningsmogelijkheden beschikbaar zijn, waaronder interseksegroepen, counseling en therapie, en dat het vragen van hulp geen teken van zwakte is, maar een positieve stap in het zorgen voor jezelf.
  • Moedig je kind aan om ondersteuningsgroepen te vinden en zich bij deze groepen aan te sluiten. Zeg dat het delen van ervaringen en levensverhalen met andere intersekse mensen een van de beste manieren is om resultaten van genomen beslissingen te concretiseren. Bovendien bieden de groepen een veilige plek om te onderzoeken wat intersekse zijn betekent. Jongeren kunnen worden doorverwezen naar online ondersteuningsgroepen. OII Europe kan hierbij helpen.
  • Als ouder of verzorger zijn er momenten waarop je ook zelf ondersteuning nodig hebt. Hoewel er misschien geen specifieke groep voor ouders van intersekse kinderen in je omgeving is, kun je op zoek gaan naar andere relevante oudergroepen of lid worden van een online groep.
[fusion_al_duobutton primary_link=”/instapniveau/sjik-inhoudsopgave/sjik-medische-ingrepen/” primary_text=”MEDISCHE INGREPEN” primary_title=”” primary_target=”_self” primary_attributes=”” primary_modal=”” show_primary_popover=”yes” primary_popover_title=”Medische ingrepen” primary_popover_content=”De eerste vraag die je jezelf moet stellen is: Waarom denk ik dat mijn kind medische interventies nodig heeft?” primary_popover_placement=”top” primary_popover_trigger=”hover” secondary_link=”/instapniveau/sjik-inhoudsopgave/sjik-met-anderen-praten-over-je-intersekse-kind/” secondary_text=”MET ANDEREN PRATEN” secondary_title=”” secondary_target=”_self” secondary_attributes=”” secondary_modal=”” show_secondary_popover=”yes” secondary_popover_title=”Met anderen praten over je intersekse kind” secondary_popover_content=”Geheimhouding is niet goed. Maar als je aan iedereen vertelt dat je kind intersekse is, ontneem je je kind de mogelijkheid om later zelf te beslissen met wie deze informatie gedeeld wordt en met wie niet. Die grens wordt privacy genoemd. Daar gaat dit hoofdstuk over.” secondary_popover_placement=”top” secondary_popover_trigger=”hover” center_option=”icon” center_text=”” center_icon=”fa-user-alt fas” orientation=”horizontal” orientation_mobile=”yes” alignment=”center” hide_on_mobile=”small-visibility,medium-visibility,large-visibility” class=”” id=”homepage-duobutton” current_button_style_modify=”center” primary_icon=”fa-arrow-alt-circle-left fas” primary_icon_position=”left” secondary_icon=”fa-arrow-alt-circle-right fas” secondary_icon_position=”right” icon_divider=”no” primary_icon_divider_color=”” primary_icon_divider_hover_color=”” primary_button_gradient_top_color=”” primary_button_gradient_bottom_color=”” primary_button_gradient_top_color_hover=”” primary_button_gradient_bottom_color_hover=”” primary_accent_color=”” primary_accent_hover_color=”” primary_popover_title_bg_color=”” primary_popover_content_bg_color=”” primary_popover_textcolor=”” primary_popover_bordercolor=”” secondary_copy_primary_colors=”yes” secondary_copy_primary_popover_colors=”yes” secondary_icon_divider_color=”” secondary_icon_divider_hover_color=”” secondary_button_gradient_top_color=”” secondary_button_gradient_bottom_color=”” secondary_button_gradient_top_color_hover=”” secondary_button_gradient_bottom_color_hover=”” secondary_accent_color=”” secondary_accent_hover_color=”” secondary_popover_title_bg_color=”” secondary_popover_content_bg_color=”” secondary_popover_textcolor=”” secondary_popover_bordercolor=”” center_color=”#ffffff” center_accent_color=”#000000″ icon_divider_center=”yes” icon_divider_center_color=”#ffffff” type=”flat” bevel_color=”” border_width=”0″ size=”large” span=”” equal_width=”no” standard_border_radius=”pill” top_left_radius=”” top_right_radius=”” bottom_right_radius=”” bottom_left_radius=”” animation_type=”” animation_direction=”left” animation_speed=”0.3″ animation_offset=”” /]

Referenties

1Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO), Burgerlijk Wetboek, Boek 7 Afdeling 5, art. 446 - 468. http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&boek=7&titeldeel=7&afdeling=5
2Convention on the Rights of the Child, New York, 20 november 1989, United Nations,  Treaty Series , vol. 1577, p. 3; depositary notifications C.N.147.1993.TREATIES-5 of 15 May 1993 [amendments to article 43 (2)]; and C.N.322.1995.TREATIES-7 of 7 November 1995 [amendment to article 43 (2)] https://treaties.un.org/pages/ViewDetails.aspx?src=IND&mtdsg_no=IV-11&chapter=4&clang=_en
Ouder met een kind op schoot. Samen lezen ze een tijdschrift of een boek. Lijntekening gemaakt met een enkele pennenstreek.
1Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO), Burgerlijk Wetboek, Boek 7 Afdeling 5, art. 446 - 468. http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&boek=7&titeldeel=7&afdeling=5
2Convention on the Rights of the Child, New York, 20 november 1989, United Nations,  Treaty Series , vol. 1577, p. 3; depositary notifications C.N.147.1993.TREATIES-5 of 15 May 1993 [amendments to article 43 (2)]; and C.N.322.1995.TREATIES-7 of 7 November 1995 [amendment to article 43 (2)] https://treaties.un.org/pages/ViewDetails.aspx?src=IND&mtdsg_no=IV-11&chapter=4&clang=_en