Hoe om te gaan met kinderen van wie het geslacht onduidelijk is

Intersekse kinderen

ARTIKEL Kinderen die worden geboren met een afwijking in de geslachtskenmerken worden vaak al op jonge leeftijd geopereerd zodat ze ‘gewone’ jongens of meisjes worden. Maar moet daarmee niet worden gewacht tot ze oud genoeg zijn om zelf te beslissen?

De tekst van dit artikel is ongewijzigd en met toestemming overgenomen uit de Volkskrant van 6 april 2018, katern Zaterdag, pagina 14-16.  Het oorspronkelijke artikel staat hier. In het artikel staan meningen en begrippen die niet noodzakelijkerwijs door NNID worden ondersteund.

Door: Lisa Peters – 6 april 2018, 20:35

‘Het is een meisje!’, zegt de vroedvrouw na de bevalling tegen moeder Tjitske. Maar de arts die even later aan het bed staat, feliciteert haar met een zoon. Het is 1976 en de verwarring over het geslacht van de baby duurt twee weken. De geslachtsdelen zien er niet uit zoals verwacht wordt bij een jongen, maar ook niet zoals bij een meisje. Dertig jaar later overkomt moeder Renée hetzelfde. De onduidelijkheid duurt nu slechts een dag, want de hielprik spoort de oorzaak snel op. Beide baby’s, Daniëlle en Lara, zijn meisjes met een erfelijke hormoonaandoening: het adrenogenitaal syndroom (AGS).

Door een op hol geslagen bijnier die te veel testosteron aanmaakte, zijn hun geslachtsdelen vermannelijkt. Ze hebben een vergrote clitoris, bijna als een kleine penis, en aan elkaar gegroeide schaamlippen, als een soort lege balzakjes. Om er zo normaal mogelijk uit te zien, ondergaan de meisjes meerdere operaties aan hun genitalia. De rest van hun leven moeten ze dagelijks medicijnen slikken om hun stress- en zouthormoon op peil te houden – een bijkomend effect van AGS.

Jaarlijks worden in Nederland ongeveer zevenhonderd kinderen geboren met een afwijking in de geslachtskenmerken. Bij zo’n veertig van hen is lastig te bepalen of het jongens of meisjes zijn, ongeveer twaalf van hen hebben AGS. Er bestaan verschillende vormen van intersekse, of stoornissen van de geslachtelijke ontwikkeling, zoals artsen het noemen. De oplossing van artsen is al jarenlang het ‘corrigeren’ van deze ‘afwijkingen’, vaak bij jonge kinderen. Clitorissen worden verkleind, vaginale openingen aangelegd, plasgaatjes verplaatst en geslachtsklieren verwijderd. Interseksekinderen worden met operaties en hormoonbehandelingen zo veel mogelijk als ‘gewone’ jongens of meisjes gemaakt.

Er werd ons zoveel onnodige angst en schaamte aangepraat. Wij dachten: die dokters zullen het wel weten, dus we deden wat ons verteld werd

—Tjitske, moeder Daniëlle

Adrenogenitaal syndroom: op hol geslagen bijnier

Mensen met AGS hebben een op hol geslagen bijnier. Een gezonde bijnier produceert drie soorten hormonen: het stresshormoon, dat het lichaam alert maakt voor angst en spanning. Het zouthormoon, waardoor het lichaam vocht vasthoudt en niet uitdroogt. En het mannelijk geslachtshormoon testosteron. De bijnier van AGS-patiënten maakt te weinig stress- en zouthormonen aan. Dit kan levensgevaarlijk zijn: een patiënt raakt in een crisis of droogt uit.

Niet levensbedreigend, maar fysiek zichtbaar is de overproductie van testosteron door de bijnier. Hierdoor vermannelijken vrouwen met AGS. Door de boost testosteron in de baarmoeder kan de clitoris zijn gegroeid en kunnen de schaamlippen met elkaar versmolten zijn. Dit verschilt per patiënt. Omdat er bij mannen met AGS geen geslachtsvariatie optreedt, hebben zij geen intersekse/dsd.

Maar er komt steeds meer weerstand tegen deze ‘normaliserende’ aanpak. Tegenstanders brengen in dat deze kinderen helemaal niet ziek zijn, dat veel behandelingen niet medisch noodzakelijk zijn en dat intersekse geen ‘afwijking’ is maar een natuurlijke ‘variatie’.

Mensenrechtenactivisten hekelen de schending van lichamelijke integriteit en keuzevrijheid van intersekse kinderen. Vorig jaar werd een deel van hun standpunt overgenomen in een resolutie van het Europees Parlement over gendergelijkheid in de gezondheidszorg. Geslachtsoperaties bij intersekse personen zijn ‘genitale verminking’ die verboden en vervolgd moet worden, aldus de resolutie. Het opereren van intersekse geslachtsdelen werd in één adem genoemd met vrouwenbesnijdenis. Het dringende advies later dat jaar van de Europese Raad: onnodige en seksenormaliserende behandelingen zonder toestemming van het kind moeten verboden worden. Ouders kunnen volgens de raad geen weloverwogen beslissingen nemen, zij horen vaak bij de geboorte van hun kind pas voor het eerst over intersekse. Beide resoluties zijn niet juridisch bindend.

Ondanks het groeiende verzet tegen het normaliseren van intersekse kinderen zijn er ook personen, zoals Daniëlle, de dochter van Tjitske uit het begin van dit verhaal, die juist tevreden zijn met de behandeling: ‘De geestelijke belasting is veel groter als je op latere leeftijd zelf moet beslissen. Ik ben blij dat mijn ouders de knoop voor me hebben doorgehakt.’

De verschillende benaderingen en ervaringen leggen een kloof bloot tussen de medische wetenschap en mensenrechten. Het toont een duivels dilemma: moeten intersekse kinderen worden geopereerd zodat ze ‘normaal’ – dus lichamelijk als jongen of als meisje – opgroeien, of moet er gewacht worden met medisch ingrijpen totdat deze kinderen oud genoeg zijn om zelf te beslissen – en de keuze hebben om zich niet te laten opereren of behandelen?

De stem van ouders weegt zwaar. Als zij niet kunnen accepteren dat hun kind er iets anders uitziet, is het in het belang van het kind om wel te opereren

—Concetta Salvatore, kindergynaecoloog bij het AMC

Foto van Hiker Chiu (Taiwan), staande op een dak.

Hiker Chiu (Taiwan). De mensen op de foto’s in dit stuk komen niet voor in het verhaal. Ze zijn de afgelopen jaren geportretteerd op diverse conferenties voor intersekse personen in de Europa. © Del Lagrace Volcano

Babytijd

‘Baby X’ stond er op het polsbandje van Lara, het kindje van Renée. Artsen spraken in onzijdige termen over de baby. De kersverse ouders waren overrompeld. Van intersekse of disorders of sex development (dsd) hadden ze nog nooit gehoord. Ze kregen een stapel informatiefolders mee naar huis en moesten een keuze maken: wilden ze hun dochter laten opereren? Met een volledige vaginoplastiek zou de binnen- en buitenkant van de vagina als die van een normaal meisje zijn. Over mensenrechten werd met geen woord gerept. Het grootste risico, werd ze verteld, was gevoelsverlies. ‘We besloten het niet te doen. Het zou jammer zijn als ze door zo’n operatie later minder van seks zou kunnen genieten’, zegt Renée. Wel lieten ze de schaamlippen van elkaar losmaken toen Lara 1 jaar was, zodat ze niet langer met een boogje zou plassen.

‘Ik heb het nooit raar gevonden, ik was gewoon heel blij met mijn mooie baby,’ zegt Renée. Alleen directe familieleden vertelt ze over het adrenogenitaal syndroom. ‘De eerste vraag is vaak of ze niet eigenlijk een jongen is. Daar wil ik Lara tegen beschermen.’ Op de crèche werkt een leidster die Lara niet durft te verschonen, omdat ze het maar eng vindt wat er in haar luier zit. Als Lara 2 is, besluiten de ouders in een ander ziekenhuis alsnog de vaginoplastiek te doen. ‘Ze is gewoon een meisje, en daarom wilden we dat ze er ook als een meisje uitziet. Als ze zich op school omkleedt, uit logeren gaat of wil douchen na het sporten, moet ze zich niet hoeven schamen. Ik kan me voorstellen dat het ook voor haarzelf verwarrend zou zijn geweest: ik lijk niet op een jongen, maar ook niet op een meisje, wat ben ik dan?’

Niemand mag hiervan weten, zeiden artsen dertig jaar eerder tegen Tjitske en haar man. Het zou grote problemen opleveren, mensen zouden het niet begrijpen. Dus hielden ze hun mond. ‘Artsen benadrukten dat Daniëlle geopereerd moest worden voordat ze naar huis mocht. Ze moest er gewoon als een meisje uitzien. Er werd ons zoveel onnodige angst en schaamte aangepraat. Wij dachten: die dokters zullen het wel weten, dus we deden wat ons verteld werd’, zegt Tjitske.

Portret van Kitty Anderson uit IJsland.

Kitty Anderson (IJsland). De mensen op de foto’s in dit stuk komen niet voor in het verhaal. Ze zijn de afgelopen jaren geportretteerd op diverse conferenties voor intersekse personen in de Europa. © Del Lagrace Volcano

Ook de begeleiding aan Renée en haar partner liet te wensen over. ‘We moesten het doen met de informatie die we kregen van de endocrinoloog. Een ethische discussie werd niet gevoerd. Maar met de kennis van nu had ik Lara die eerste operatie willen besparen.’

Er zijn nog altijd artsen die op oude voet doorgaan en zich niets aantrekken van het advies uit Europa. ‘De neiging naar vroeg opereren bestaat nog steeds. Maar wel in goed overleg met ouders en een team van urologen, psychologen en endocrinologen’, vertelt Concetta Salvatore, kindergynaecoloog bij het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam. Het streven in het AMC is dat een kind goed kan plassen, goed kan vrijen en een geslachtsdeel heeft dat er aantrekkelijk uitziet, volgens Salvatore. ‘Laat duidelijk zijn dat er jaarlijks honderden kinderen op goede gronden aan hun geslachtsdelen moeten worden geopereerd met uitstekende resultaten’, schrijven Salvatore en een uroloog in een ingezonden brief in de Volkskrant in 2015. Ze pleiten voor opereren op jonge leeftijd als er geen twijfel bestaat over het geslacht.

Portret van Miriam van der Have uit Nederland

Miriam van der Have (Nederland). De mensen op de foto’s in dit stuk komen niet voor in het verhaal. Ze zijn de afgelopen jaren geportretteerd op diverse conferenties voor intersekse personen in de Europa. © Del Lagrace Volcano

Kan zo’n behandeling ook uitgesteld worden totdat een kind ouder is? Salvatore: ‘Medisch gezien: ja. Maar de stem van ouders weegt zwaar. Als zij niet kunnen accepteren dat hun kind er iets anders uitziet, is het in het belang van het kind om wel te opereren. Het probleem is dat de maatschappij is verdeeld in man en vrouw.’

Er worden nog steeds operaties uitgevoerd die niet medisch noodzakelijk zijn bij hele kleine kinderen

—Miriam van der Have, directeur NNID Nederlandse organisatie voor seksediversiteit

Onder mensenrechtenactivisten geldt Salvatores standpunt als omstreden. Het vroeg opereren van geslachtsvariaties begon in de jaren zestig. De Amerikaanse psycholoog John Money introduceerde het concept ‘gender’ in de medische wetenschap. Dat was niet aangeboren, maar aangeleerd, volgens Money. Met de juiste opvoeding kon ieder kind zich ontwikkelen tot jongen of meisje, zolang die keuze maar vóór het tweede levensjaar werd gemaakt. Een onduidelijk geslacht moest daarom zo snel mogelijk gecorrigeerd worden. Dubbelzinnigheid rondom gender roept stigma op en dat heeft negatieve gevolgen voor de ontwikkeling en het zelfbeeld van een kind, volgens Money. Kiezen, opereren en nooit meer over spreken, luidde het devies.

Bewijs voor zijn ‘optimal gender policy’-theorie leverde hij met tientallen voorbeelden. Een van zijn succesverhalen, bekend als de ‘John/Joan case’, betrof een jongetje dat door een mislukte besnijdenis een zwaar beschadigd piemeltje had. Money liet het piemeltje verwijderen, gaf opdracht er een vagina voor in de plaats te maken en instrueerde de ouders het kind als meisje op te voeden. Vijfentwintig jaar lang gold John/Joan als hét bewijs dat genitale operaties op jonge leeftijd werkten. Tot eind jaren negentig bleek dat ‘Joan’ zich nooit een meisje had gevoeld en altijd had geweten dat er iets niet klopte. In 2004 pleegde hij zelfmoord. Inmiddels is de ‘optimal gender policy’ achterhaald.

‘De suggestie dat kinderurologen zich laten leiden door de ideeën van de Amerikaanse psycholoog John Money is uit de lucht gegrepen: de beroepsgroep heeft deze theorieën in 1986 definitief naast zich neergelegd’, schrijven Salvatore en collega’s ook in de ingezonden brief. Maar de aanname dat het beter voor een kind is als het opgroeit met een duidelijk geslacht en dat er daarin twee opties zijn (jongen of meisje), leeft nog altijd in de medische wereld.

Portret van Pol Naidenov uit Bulgarije

Pol Naidenov (Bulgarije). De mensen op de foto’s in dit stuk komen niet voor in het verhaal. Ze zijn de afgelopen jaren geportretteerd op diverse conferenties voor intersekse personen in de Europa. © Del Lagrace Volcano

Kindertijd

Lara’s (12) slaapkamer ligt vol strips, sciencefictionboeken en prijzen gewonnen met schaken. Op haar bureautje staat een houten truck, ernaast een boek vol auto’s. ‘Lara is echt een meisje, maar ze is wel stoer’, zegt moeder Renée. ‘Ze zit op kickboxen, weet alles van voetbal en houdt niet van getut. Daaraan merk ik de invloed van jongenshormonen.’

Hoewel meisjes met AGS vaak jongensachtig zijn in gedrag en interesses, voelen de meeste vrouwen met AGS zich vrouw, blijkt uit onderzoek. Toch kampt 5 procent van hen met problemen omtrent hun genderidentiteit (ter vergelijking: bij vrouwen zonder AGS is dat 0,2 procent). Ook Lara heeft weleens tegen haar moeder gezegd dat ze liever een jongen wil zijn. Renée: ‘Dat wilde ik vroeger zelf ook. Als Lara echt als jongen door het leven wil gaan, vertrouw ik erop dat ze dat tegen me zal zeggen. Dan bespreken we dat in het ziekenhuis met haar arts.’

Miriam van der Have vindt het kwalijk dat de oplossing voor natuurlijke geslachtsvariaties in het ziekenhuis wordt gezocht. Ze is directeur van NNID, Nederlandse organisatie voor seksediversiteit (NNID) en strijdt al sinds 2000 tegen het opereren van jonge kinderen met intersekse. ‘Er worden nog steeds operaties uitgevoerd die niet medisch noodzakelijk zijn bij hele kleine kinderen. Die operaties zijn onomkeerbaar en kunnen makkelijk uitgesteld worden tot zo’n kind zelf kan beslissen. Juridisch gezien is het een schending van mensenrechten dat er toch geopereerd wordt.’ Ze hoopt dat artsen en ouders gaan inzien dat haast om te opereren onzin is. ‘Zelfs als je 95 procent zeker weet dat een kind zich later meisje zal voelen, moet zij zelf kunnen beslissen over operaties die niet meer terug te draaien zijn. Een kind van 2,5 heeft geen vagina nodig. Het maakt echt niet uit wat er in haar onderbroek zit, of ze een normale clitoris heeft of dat het lijkt op een klein frummeltje. Je hoort niet in een gezond lichaam te snijden.’

Die operaties zijn niet voor mij gedaan, maar voor mijn omgeving. Om hun het ongemak te besparen, want ik zaaide verwarring met mijn onduidelijke lijf

—Femke

Maar wat als de omgeving nu eenmaal wil weten of het een jongen of meisje is? Van der Have: ‘Deze kinderen hoeven niet ‘genderneutraal’ op te groeien. Er moet altijd een sociaal geslacht (gender) worden gekozen, jongen óf meisje. De meeste mensen met intersekse voelen zich ook één van de twee. Het is gemakkelijker om een sociaal en juridisch geslacht terug te draaien dan een operatie.’

In juli 2017 tikte het Verenigde Naties Comité voor economische, sociale en culturele rechten Nederland op de vingers. Zorg ervoor dat interseksekinderen groot genoeg zijn toestemming te geven voor hun behandeling, raadde het aan. Ook het VN-Kinderrechtencomité en het VN-Comité tegen marteling spraken zich uit tegen seksenormaliserende operaties bij kleine kinderen.

Het eerste land dat operaties bij interseksepersonen zonder instemming van het kind verbiedt, is Malta. In 2015 werd er de ‘Gender Identity, Gender Expression, and Sex Characteristics Act’ aangenomen. Als Van der Have merkt dat Nederlandse artsen blijven weigeren in gesprek te gaan over de behandeling van interseksepersonen, zal ze ook hier vergaande wetgeving bepleiten, zoals in Malta.

Portret van Sally Gross uit Zuid-Afrika.

Sally Gross (Zuid-Afrika). De mensen op de foto’s in dit stuk komen niet voor in het verhaal. Ze zijn de afgelopen jaren geportretteerd op diverse conferenties voor intersekse personen in de Europa. © Del Lagrace Volcano

Puberteit

Wat zeggen vrouwen met AGS zelf: vroeg opereren, wachten, of helemaal stoppen met snijden? Uit onderzoek blijkt dat de meesten van hen tevreden zijn met de cosmetische uitkomst van genitale operaties. Kanttekening hierbij is dat onderzoek naar intersekse voornamelijk kijkt naar mensen die operaties hebben ondergaan. Wat de gevolgen zijn van niet opereren, blijft gissen. De grote vraag: zouden vrouwen met AGS beter of slechter af zijn als ze geen operaties hadden gehad? Is het ontbreken van hard bewijs voor het succes van normaliserende behandelingen een reden om zulke operaties uit te stellen?

‘Ik moet er niet aan denken dat ik alleen de medisch noodzakelijke operaties had gehad,’ vertelt Daniëlle (42) aan de eettafel in een Fries dorp. ‘Ik zie er daar beneden tenminste een beetje normaal uit.’ Niet de operaties waren traumatisch, maar de manier waarop ze werd behandeld. ‘Toen ik 7 was gingen mijn moeder en ik naar de dokter. In het Fries bespraken ze dat ik geopereerd moest worden. Ze dachten dat ik dat niet verstond, maar ik begreep alles en heb overgegeven van de zenuwen.’

Ze kreeg geen psychologische begeleiding, maar wel veel aandacht omdat ze een interessant geval was. Als 14-jarig meisje onderging Daniëlle haar derde operatie. De vaginale opening die op haar 7de was aangelegd, werd vergroot, zodat ze penetratieseks zou kunnen hebben. ‘Ik weet nog dat ik in een ziekenhuisbed lag met wel tien mannelijke artsen en assistenten om me heen. Ik was hun studieobject. Ze trokken de deken naar beneden, mijn benen uit elkaar, en allemaal wilden ze even voelen’, vertelt ze. ‘Het resultaat is dat ik een hekel heb aan mannen en moeite met intimiteit.’ Seksueel plezier heeft ze nooit echt gehad. ‘Er zitten veel littekens, waardoor ik toch minder gevoel heb.’

Vooral patiënten die niet tevreden zijn met de uitkomst, hadden graag een stem gehad in hun behandeling, blijkt uit het dsd-LIFE onderzoek, waarop onderzoeker Tim van de Grift eind vorig jaar promoveerde aan het VU Medisch Centrum. Nog nooit werd zo uitgebreid onderzoek gedaan naar de ervaringen van interseksepersonen: 1.040 mensen vulden via veertien Europese DSD-expertisecentra vragenlijsten in, werden geïnterviewd en lichamelijk onderzocht. Onder hen waren 226 personen met AGS. Opvallend was dat artsen de uitkomst van de operaties stelselmatig een stuk positiever waardeerden dan de deelnemers zelf. Dat is belangrijk, omdat artsen ook de voornaamste bron van informatie zijn voor ouders die keuzes maken voor hun kinderen. Van de Grift: ‘Veel mensen waren tevreden met hun behandeling. Maar er kan natuurlijk sprake zijn van een overlevingsmechanisme waardoor mensen geneigd zijn hun behandeling positief te evalueren, om er niet te veel psychologische last van te ondervinden.’ Het dilemma volgens hem: legitimeert een tevreden meerderheid een schending van mensenrechten?

Groepsportret van leiders van de Europese Interseksegemeenschap in Athene.

Groepsportret van de deelnemers aan een bijeenkomst van leiders van de Europese Interseksegemeenschap in Athene. De mensen op de foto’s in dit stuk komen niet voor in het verhaal. Ze zijn de afgelopen jaren geportretteerd op diverse conferenties voor intersekse personen in de Europa. © Del Lagrace Volcano

Niet twee maar tientallen geslachten

Intersekse en disorders of sex development (dsd) zijn paraplutermen voor aangeboren condities waarbij de geslachtsontwikkeling niet past in de binaire verdeling man óf vrouw. ‘Dsd’ is de officiële benaming in de medische wereld, ‘intersekse’ gaat meestal over (schending van) mensenrechten of om een identiteit aan te geven, de ‘i’ uit LHBTI. Zo’n 86 duizend mensen in Nederland hebben een dsd/intersekse. Het is lichamelijk en gaat niet over genderidentiteit: de meeste van hen voelen zich thuis in de hokjes m of v.

Er zijn tientallen vormen van intersekse. Bijvoorbeeld het androgeen ongevoeligheidssyndroom (AOS), het syndroom van Mayer-Rokitansky-Küster of hypospadie. Niet bij alle vormen van intersekse/dsd worden seksenormaliserende operaties uitgevoerd. Bijvoorbeeld niet bij het syndroom van Klinefelter of Turner.

Volwassenheid

Tussen de mensenrechtenactivisten en medici balanceert kinderendocrinoloog Hedi Claahsen, die zo’n negentig kinderen en jongeren met AGS regelmatig ziet in het Radboudumc in Nijmegen. ‘Vandaag is er weer een kindje met een onduidelijk genitaal geboren’, zegt ze over de telefoon. ‘Stel dat ik tegen de ouders zeg: we opereren niet meer, u heeft het maar te accepteren. Dan moeten we er ook voor zorgen dat de maatschappij dit accepteert. Er is meer dan man en vrouw, dat zie ik elke dag weer hier in het ziekenhuis. En als wij doorgaan met dat alsmaar te corrigeren dan blijft men denken dat er alleen man en vrouw is. Artsen en maatschappij moet hierover met elkaar in gesprek gaan. Ik ben het principieel eens met mensenrechtenactivisten, maar we willen per individu de behandeling bepalen. We luisteren goed naar ouders en patiënten zelf. Meisjes met AGS zijn tevreden, dit horen we ook van patiëntenorganisaties.’

Aan een tafeltje in de stationsrestauratie op Amsterdam Centraal zit Femke (49). Ze is energiek, heeft een goede baan als projectmanager en reist in haar vrije tijd de wereld over. Dat was vroeger wel anders: haar hele jeugd is ze binnengehouden, op advies van de artsen. Ze mocht bij niemand logeren, moest na school meteen naar huis. Deels om haar zo veel mogelijk verborgen te houden voor de omgeving. Deels omdat Femke regelmatig een crisis kreeg als gevolg van het tekort aan stresshormonen. Op haar 12de had ze al dertien keer in het ziekenhuis gelegen.

Femke heeft een van de zwaarste vormen van AGS. ‘De androgenen hebben flink huisgehouden.’ Maar het zijn de operaties die haar lijf onomkeerbaar hebben getekend. Zo is de sluitspier van haar blaas beschadigd. Als het aan haar ligt, was ze niet al op jonge leeftijd geopereerd. ‘Die operaties zijn niet voor mij gedaan, maar voor mijn omgeving. Om hun het ongemak te besparen, want ik zaaide verwarring met mijn onduidelijke lijf. Dat ik daarvoor moest opdraaien, vind ik niet kloppen.’

Ze had haar eigen identiteit willen ontwikkelen, erover willen nadenken en praten met mensen. Misschien had ze alsnog voor een aantal operaties gekozen. Maar dan was het tenminste haar eigen beslissing geweest. ‘Ik ga nu door het leven als vrouw, zo presenteer ik me voor het gemak aan de buitenwereld, maar of ik het ook ben? Geen idee, ik voel me niet echt vrouw. Maar ik ben ook geen man. Net als mijn lijf pas ik ook niet in het hokje m of v.’

Uit angst voor stigmatisering wilden Tjitske, Renée, Lara, Danielle en Femke niet met hun echte naam in de krant.

Verantwoording

Voor dit verhaal werd gesproken met negen bronnen. Behalve de mensen die zijn opgevoerd in dit artikel, zijn gesprekken gevoerd met onderzoeker Margriet van Heesch, die promoveerde met ‘Ze wisten niet of ik een jongen of een meisje was’ en Jantine van Lisdonk, auteur van het rapport Leven met intersekse/DSD van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Ook werden de bijniervereniging NVACP, diverse krantenartikelen, wetenschappelijke publicaties, het rapport First, Do No Harm’ van Amnesty International en het boek Contesting Intersex: The Dubious Diagnosis van Georgiann Davis geraadpleegd.

Dit artikel is met toestemming overgenomen uit de Volkskrant van 6 april 2018, katern Zaterdag, pagina 14-16.  Het oorspronkelijke artikel staat hier – jammer genoeg achter een betaalmuur. In verband met het auteursrecht kon de Volkskrant geen toestemming geven ook de foto’s over  te nemen. Daarom hebben we hier foto’s gebruikt uit de serie Visibly Intersex, gemaakt door de Amerikaanse fotograaf Del Lagrace Volcano.

Lisa Peters is journalist en genderspecialist. Ze schrijft over vrouwen, mannen en iedereen ertussenin.

Dat doet ze voor onder meer De Correspondentde VolkskrantHet ParoolKnackPsychologie Magazine en OneWorld.

Gender, wat is het eigenlijk? Iedereen heeft er één en het vormt onze levens elk dag. Er zijn er een ontelbaar aantal van, met man en vrouw als bekendste. Door onze ideeën over mannelijkheid en vrouwelijkheid uit te pluizen laat Lisa zien hoe gendernormen ons vormen.

Bijdragen van gastauteurs zijn bedoeld om de discussie over vragen met betrekking tot intersekse/DSD op gang te brengen en weerspiegelen niet automatisch de standpunten van NNID.

Comments

comments