Jongetje of meisje? Wie bepaalt dat eigenlijk?

Vinger aan de Pols / Hoe is het nu? zond op 13 januari 2015 een documentaire uit over het Palestijnse jongetje Hilmi dat na een operatie in Nederland het meisje Heleentje werd en nu, als volwassene, David is. Gastauteurs Tineke Abma en Margriet van Heesch hebben naar de uitzending gekeken.

De documentaire laat zien hoe in het verleden is omgegaan met kinderen die niet een eenduidige sekse hadden. Destijds was de gedachte dat het hebben van een intersekseconditie een defect was waar medisch ingrijpen noodzakelijk was. Voorts schreven protocollen voor dat het kind niet alleen een eenduidige sekse diende te hebben, maar ook een eenduidige genderopvoeding tot ofwel meisje ofwel jongen.

De ingrijpende beslissing om iemand tot jongetje of meisje te maken, werd genomen door artsen in overleg met de ouders. In de documentaire zien we dat dit gebaseerd was op nogal triviale overwegingen. De adoptiemoeder zegt “het is een meisje want kijk maar naar haar gezichtje” en de Israëlische arts zegt “het is een jongen, want hij heeft een jongensbrein” (lees: “valt op meisjes”). Het medisch ingrijpen bevestigde zo maatschappelijke normen rondom heteroseksualiteit en genderidentiteit, met als consequentie dat iedereen die afweek zich moet schamen. Is dit nu anders? Dat is te betwijfelen.

René Severijnen

Voormalig kinderchirurg René Severijnen zegt in de uitzending: “…dat wij met al onze goede bedoelingen een ernstig beschadigd kind hebben afgeleverd.” Foto: AVROTROS / Vinger aan e Pols

Machtsongelijkheid en objectificatie

Heel vaak werd niet aan het kind vertelt wat er aan de hand was, ook niet op latere leeftijd. Het verhullende taalgebruik in de documentaire weerspiegelt dit. Nooit wordt de naam van de conditie genoemd: cloacale extrofie, een van de interseksecondities. Ria Breemer sprak steeds over ‘open buikje’ of ‘de afwijking.’ Het probleem is dat verhullend taalgebruik en geheimhouding leiden tot een ongelijkheid in kennis en macht.

Die machtsongelijkheid is er nog steeds. David is afhankelijk voor zijn testosteron van zijn arts. Hij stelt zich bescheiden op want hij moet dankbaar zijn dat de arts hem helpt. Ook de jongere Joost is afhankelijk: “Tja, je moet wachten tot het zich ontwikkelt” zegt de arts. Met andere woorden, kom niet in opstand, want anders sta je er alleen voor. In het medisch handelen was er nauwelijks ruimte voor de keuze en stem van de jongens zelf. Zij waren vooral een object; werden bekeken, en hadden nauwelijks controle en zeggenschap.

De objectificatie herhaalt zich in de documentaire zelf. David wordt als kind naakt tussen de benen gefilmd. De arts duwt nog even de labia uit elkaar om te laten zien dat er een katheter uit een met een stukje darm gemaakt gaatje, “de vagina”, komt. Nu weten we dat ook het tussen de benen kijken en gefotografeerd en gefilmd worden erg traumatisch voor de kinderen was. Ervaringsdeskundigen vonden het daarom erg moeilijk om te blijven kijken naar de uitzending: “Ik ben nog een beetje aan het bijkomen. Het was heel heftig.” Ze herbeleefden opnieuw hoe zij vooral door anderen bekeken en beoordeeld werden. Ze ervoeren opnieuw hoe beperkt hun autonomie was, hoe weinig handelingsbekwaamheid aan ze werd toegekend. Dat de documentaire dit herhaalt, is uiterst pijnlijk en stemt tot bezinning. Hoe gaan wij om met mensen die niet aan onze normen voldoen?

Stoppen met normaliseren

Een van de betrokken artsen die terug kijkt, is zichtbaar aangedaan en geeft toe dat dit niet had mogen gebeuren. Ook andere artsen, ouders en kinderen zijn kritisch over de behandeling van vroeger, maar verheerlijken de technologie van nu. Er was geen reflectie op het feit dat ook huidige technieken op langere termijn gevolgen kunnen hebben die we niet kunnen overzien. En als technieken nu beter zijn dan toen, is dat dan juist geen reden om te wachten met de chirurgische ingrepen zoals aanleg van een vagina of penis? Tegen de tijd dat een kind seksueel actief wordt, is de techniek immers nog verder verbeterd, en kan het kind zelf meebeslissen. En laten we niet vergeten dat ook de huidige techniek nog vaak leidt tot problemen. Dikwijls blijft een tweede operatie of meer noodzakelijk. In dat opzicht is behoedzaamheid nodig.

Kortom, we moeten stoppen met normaliseren, ook als de genderkeuze van het kind nagenoeg zeker te voorspellen is. Een ervaringsdeskundige zegt: “Persoonlijk vond ik het best moeilijk om te kijken en te blijven kijken. Vooral de beelden van vroeger riepen pijnlijke herinneringen op. Artsen die dat kleine meisje bevestigend toespreken dat ze het goed doet….als meisje. Maar ook beelden van nu waarin duidelijk het tegenovergestelde wordt gedaan om te bevestigen dat het normale jongens zijn. Normatieve invullingen van gedrag is zo verleidelijk, maar ook zo risicovol omdat het geen ruimte biedt aan vrije keuze.”

De uitzending van Vinger aan de Pols is terug te zien op de website NPO.nl

Tineke AbmaProf. Dr. T.A. Abma is hoogleraar Participatie & Diversiteit en plaatsvervangend afdelingshoofd van de afdeling Metamedica/Medical Humanities van het VU medisch centrum te Amsterdam. Zij is onderzoeksleider in EMGO+, het onderzoeksinstituut voor onderzoek naar gezondheid en zorg.

 

Margriet van HeeschDrs. Margriet van Heesch doceert in de culturele analyse van gender, seksualiteit en romantische liefde aan de Universiteit van Amsterdam. Zij promoveert binnenkort op de levensverhalen van mensen met een intersekse conditie. Met haar proefschrift wil zij de kennisasymmetrie tussen geneeskunde en ervaringsdeskundigen opheffen.

 

Bijdragen van gastauteurs zijn bedoeld om de discussie over vragen met betrekking tot intersekse/DSD op gang te brengen en weerspiegelen niet automatisch de standpunten van NNID.

Comments

comments